|
Nieuws uit de media
| 08.02.2011 |
TERUG NAAR OVERZICHT
Relationele en
seksuele vorming op jonge leeftijd zinvol
Lessen over relaties en
seksualiteit op de basisschool bevorderen niet alleen de kennis,
maar ook de assertiviteit van leerlingen. Dit blijkt uit een
effectstudie naar twee lespakketten in de bovenbouw van het
basisonderwijs, in opdracht van Rutgers WPF en CPS
Onderwijsontwikkeling en advies. Leerkrachten en leerlingen vinden
de lessen daarnaast leuk en zinvol.
Over het onderzoek
Het onderzoek geeft inzicht in het effect van en
de waardering voor de twee meest gebruikte lespakketten voor
relationele en seksuele vorming: ‘Relaties & Seksualiteit’ (Rutgers
WPF) en ‘Lekker in je vel’ (CPS). Het onderzoek is uitgevoerd door
ResCon, een onafhankelijk onderzoeksbureau. Er hebben 28 scholen
deelgenomen die gebruik hebben gemaakt van één van beide
lespakketten, en 16 scholen die geen van beide lespakketten hebben
gebruikt (controlescholen). In totaal namen meer dan 1400 kinderen
deel aan het onderzoek.
Effecten
Begin groep 7 (voormeting) weten leerlingen vrij
weinig over lichamelijke veranderingen in de puberteit en vooral de
kennis van voortplanting is beperkt. Áls leerlingen al informatie
hebben gekregen over seksualiteit, is dat van hun ouders. Behalve
dat ze meer weten over de puberteit, relaties en seksualiteit weten
leerlingen na afloop van de lessen ook beter wat seksuele
intimidatie of seksueel misbruik is. De acceptatie van
homoseksualiteit is onder bepaalde groepen toegenomen. Ook de
communicatie en assertiviteit van leerlingen blijken, ten opzichte
van de controlescholen, te zijn verbeterd. Docenten zien ook dat de
kennis, houding en vaardigheden van leerlingen zijn verbeterd.
Leerlingen kunnen elkaar beter aanspreken op onwenselijk gedrag en
het onderwerp is meer bespreekbaar geworden. In het begin was de
sfeer wat lacherig of gespannen maar de leerlingen werden steeds
serieuzer en geïnteresseerder. Structurele aandacht door middel van
een lespakket sorteert meer effect dan geen of ad hoc aandacht voor
relationele en seksuele vorming.
Timing van de lessen
Ruim driekwart van de leerlingen vindt dat de
lessen op het juiste moment worden gegeven. Met name lessen over
veranderingen in de puberteit en relationele vaardigheden vinden
leerlingen in groep 7 belangrijke onderwerpen. Leerlingen in groep 8
zijn daarnaast ook geïnteresseerd in anticonceptie en veilige seks.
De meeste leerlingen zijn in groep 7 al één of meerdere keren
verliefd geweest en meer dan de helft heeft al eens verkering gehad.
Een derde van de leerlingen in groep 7 en 8 heeft ervaring met
zoenen. Een kwart van de leerlingen had liever willen wachten met
zoenen of was hier nog niet aan toe. Een enkele leerling heeft in
groep 7 ervaring met tongzoenen en/of het strelen van een vriendje
of vriendinnetje.
Het effect op kennis over puberteit, relaties en seksualiteit is
groter als leerlingen nog weinig ervaring hebben met zoenen of
verkering. Dit pleit voor tijdige relationele en seksuele vorming.
Docenten, leerlingen en ouders vinden dat groep 7 het meest
geschikte moment is om met deze onderwerpen te starten.
Waardering
Twee derde van de leerlingen vindt de lessen
(heel) leuk en (heel) interessant. Leerlingen geven gemiddeld als
rapportcijfer een dikke 8 voor de lessen. Zowel de informatie van de
ouders als van de juf/meester vinden de leerlingen erg nuttig. Het
merendeel van de leerlingen heeft er geen moeite mee om over
relaties en seksualiteit te praten in de klas. Een goede sfeer in de
klas en een vertrouwensband met de leerlingen zijn belangrijke
randvoorwaarden voor lessen over dit thema. In groep 7 en 8 heeft
tussen de 75% en 80% van de leerlingen thuis over de lessen
gesproken. Kinderen krijgen in het lespakket Relaties & Seksualiteit
bijvoorbeeld ook de opdracht om hun ouders te vragen naar hun mening
over bepaalde onderwerpen.
Motivatie van leerkrachten
De redenen om aandacht te besteden aan relationele
en seksuele vorming zijn heel divers. Leerkrachten vinden het
onderwerp zelf belangrijk en vinden het ook goed passen bij de
ontwikkeling van de leerlingen. Ook vragen van ouders, directie,
GGD’en of het schoolbeleid spelen een rol. Leerkrachten en directie
hadden meer negatieve reacties verwacht van ouders. Deze zijn echter
uitgebleven. Leerkrachten vermoeden dat sommige ouders blij zijn dat
relationele en seksuele vorming aan bod komt op school en zij het
onderwerp niet zelf ter sprake hoeven te brengen.
Bron:
Rutgers WPF - 8 februari 2011
|