"Ha, we hebben weer een 'misbruikertje'!
Elk jaar is het wel raak op een basisschool. Dit keer is het
een kleine smeerpijp van 8, op een school in Maarssenbroek.
Hij zou zich hebben 'vergrepen' aan vier klasgenootjes, aan
wie hij 'ontuchtige' handelingen zou hebben voltrokken. De
betrokken kinderen, tussen de 5 en 9 jaar, heten nu
'slachtoffertjes'.
De schrik zat er in Maarssenbroek, zo kort na de affaire
Robert M., meteen goed in. De media werden ijlings
ingelicht: het nieuws werd afgelopen zaterdag verspreid via
De Telegraaf, RTV Utrecht en talloze nieuwssites. Een
zedenzaak! De boel escaleerde snel. Woedende ouders dreigden
hun kinderen van school te halen als de kleine dader in de
klas bleef zitten. De geschrokken burgemeester sprak met de
betrokken gezinnen en trommelde zedenrechercheurs op. De
school, een rooms-katholieke basisschool die deel uitmaakt
van de RK Verrijzenisgemeenschap, onthield zich van
commentaar.
Even streng toespreken en klaar
Wat zou er gebeurd zijn? Wat kán er voor verschrikkelijks
zijn aangericht door een 8-jarige? Zou hij hebben 'gevoeld'
bij meisjes? Trots zijn piemeltje hebben getoond? Zijn
prille onderlijf, waarbij van enig verrijzen nauwelijks
sprake zal zijn geweest, tegen hen aan hebben gedrukt?
Nee, zulk gedrag moet niet. Maar het is voorstelbaar dat
het 8-jarige jochie niet besefte dat hij iets vreselijks
uitspookte. In elke klas zit wel zo'n seksbelust kind – ik
kan me er uit mijn eigen schooltijd en die van mijn kinderen
wel een paar herinneren.
Zelf speelde ik ook graag doktertje. Maar als een jonge
onderzoeker ook maar iets te ver ging kreeg hij een mep van
mij of mijn vriendinnetjes. En anders werd hij wel
vernederend terechtgewezen door mijn moeder, die wonderlijk
genoeg altijd op het juiste moment tevoorschijn sprong. Ook
een verstandige juf of meester praat in zo'n geval streng
met de kleine viezerik, in aanwezigheid van diens
patiëntjes, over het verschil tussen spelen en lastig
vallen. Daarmee hoort de kous af te zijn. Zo niet in onze
hysterische tijden.
Absurde regel
Zou, vroeg ik mij af, het Maarssenbroekse delinquentje de
ondergoedregel hebben gekend? En geschonden? Die regel,
bedoeld om kindermisbruik te voorkomen, werd onlangs
uitgevaardigd door een imponerende instantie, De Raad van
Europa, als richtlijn voor kinderen, ouders, leerkrachten en
leidsters: niemand mag een kind ongevraagd aanraken op
plaatsen die normaal gesproken met ondergoed zijn bedekt.
Het is een absurde regel. Allereerst is hij praktisch
onuitvoerbaar. Hoe verschoon je een peuter op de crèche, of
een kleuter met een 'ongelukje', zonder zijn onderlijf aan
te raken?
Het is ook een schadelijke regel. Het kind leert dat wat
onder zijn ondergoed zit vies is en onbegrepen gevaren
uitlokt; een volmaakt recept voor frustratie.
Iedere volwassene die hem dáár aanraakt – de buurvrouw
die kinderen laat zwemmen in een opblaasbadje, de gymjuf die
hen opvangt bij de bok, de oppas-opa die hun billen afveegt
– is een potentiële verdachte, en kan zich nergens op
beroepen bij onheuse aantijgingen. De lievelings-oom van
mijn kinderen, die hen, als ze bloot uit bad kwamen,
grommend achternazat onder het uitstoten van "Ik ben de boze
billenbijterrr...", waarbij ze het uitgierden van de pret,
zou zeker een gehangene zijn.
Valse zekerheid
De ondergoedregel geeft valse zekerheid. Opvoeders denken
misschien te snel dat ze ontsporingen voorkomen. Je hoeft
niet veel fantasie te hebben om je écht ranzige situaties
voor te stellen, waarbij iedereen zijn onderbroek aanhoudt
en kinderen zelfs niet op de gewraakte zones worden
aangeraakt.
Bijvoorbeeld. Mannen die leuke foto's maken tijdens
kleuterzwemles. De trainer die na afloop altijd doucht met
de jongens. De zijige leraar die tijdens proefwerken
liefkozend nekjes masseert. De oom (of jeugdleider, of
priester) die je troostend op schoot trekt. Die harde
bobbel. Zijn vreemde, hese stem.
Zulke ervaringen zijn wél beangstigend, ook al houd je er
meestal geen trauma aan over. Het is aan ouders en
leerkrachten om kinderen het subtiele onderscheid bij te
brengen tussen aardige en smerige bedoelingen.
Gebrandmerkt
Het akeligste aan de ondergoedregel is dat de
verantwoordelijkheid voor wangedrag deels bij de kinderen
wordt gelegd. "Mama hád je toch de ondergoedregel verteld?"
De veiligheid van kinderen blijft altijd en overal de
verantwoordelijkheid van volwassenen.
En het 8-jarige misbruikertje? Moeten hij en zijn ouders
nu verder gebrandmerkt door het leven? Gemeden in het dorp,
weggehaald van zijn school en zijn vriendjes, áls die al nog
op die school zitten? Dat lijkt me nog eens een trauma, voor
alle betrokken kinderen."
Aleid Truijens
is publiciste en moeder van twee kinderen. Het bovenstaande
artikel werd eerder gepubliceerd als column in de
Volkskrant, op 18 mei 2011.