Terreinafbakening
• 0 tot 16 jaar
Het programma heeft
betrekking op de seksuele ontwikkeling, beleving en seksuele
gezondheid van kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 16
jaar (16 jaar is de wettelijke leeftijdsgrens voor het vrij aangaan
van seksuele contacten en relaties). Het gaat hier om de seksuele
ontwikkeling in brede zin, zoals hierboven aangegeven.
• Multifactorieel
Naast beschrijvend onderzoek van de verschillende fasen in de
seksuele ontwikkeling komt ook onderzoek aan bod naar de positieve
dan wel negatieve invloed van individuele en sociale factoren, zoals
temperament, sociabiliteit, gezinsklimaat, maatschappelijke
invloeden via school, vrienden, media op de seksuele ontwikkeling en
seksuele gezondheid. Onderzoek naar (determinanten van) problemen in
de seksuele ontwikkeling en seksuele gezondheid past binnen dit
programma. Dit soort onderzoek is van belang voor voorlichting en
preventie en meer in het algemeen voor het beleid op het terrein van
‘Public Health’. In het onderzoek zal steeds aandacht worden besteed
aan de invloed van sekse, cultuur en etniciteit op de ontwikkeling
en beleving. Het gaat dan met name om de eisen die hiermee verbonden
zijn en de wijze waarop de jongere zijn/haar positie daartegenover
kiest en kan realiseren.
NAAR BOVEN
• Niveaus
Onderzoek zal in eerste instantie worden verricht op microniveau en
waar relevant op meso- en macroniveau. Dat betekent dat, naast de
ontwikkelingspsychologische, ook de sociaalseksuologische, cultureel
antropologische, cultuurhistorische en juridische invalshoeken aan
bod kunnen komen. Het gaat hier bij uitstek om een onderzoeksterrein
waarbij een multidisciplinaire aanpak aangewezen is.
NAAR BOVEN
• Doelgroepen
De doelgroepen waarop het programma zich richt zijn, naast de
primaire doelgroepen kinderen en jeugdigen, met name de
intermediairs zoals ouders, professionals werkzaam in onderwijs en
opvoeding, jeugdhulpverlening en kinderbescherming, politie en
justitie, wetgeving en rechtspraak, overheid en media.
NAAR BOVEN
• Twee-sporenbeleid
Gezien de uitgangspunten
van het Fonds wordt een ‘twee-sporenbeleid’ gevoerd in de
onderzoeksprogrammering;
• Het eerste spoor betreft inventariserend, beschrijvend,
probleemopenleggend en inzichtgevend onderzoek, zoals hiervoor
uiteengezet. Het accent zal hierop liggen, zeker de eerste tijd.
• Het tweede spoor betreft praktijkgericht en praktijk-ondersteunend
onderzoek, alsmede ontwikkelings- en implementatieprojecten, met het
doel om de deskundigheid van de verschillende groepen professionals
te bevorderen en kennis te vermeerderen. In ontwikkelingsprojecten
kunnen onderzoeksresultaten worden vertaald en toegepast in het
veld. Het ontwikkelingstraject kan worden afgesloten met evaluatie-
en effectonderzoek. Na eventuele bijstelling kan implementatie op
bredere schaal plaatsvinden.
NAAR BOVEN
• Buiten het kader
Buiten het kader van dit programma valt onderzoek op het terrein van
seksueel misbruik. Maar een aantal onderzoeksbevindingen die het
programma oplevert zullen zeker van nut zijn voor de klinische
praktijk van diagnostiek en behandeling van deze problematiek. Voor
zover in onderzoeken naar de seksuele ontwikkeling seksueel misbruik
aan de orde komt als een factor die (mede) van invloed is, wordt dit
uiteraard meegenomen in de analyses. Ook onderzoek dat uitsluitend
gericht is op pedofiele contacten en relaties, de zogenaamde
transgenerationele relaties, valt buiten dit programma. Wel zal er
aandacht zijn voor dit type relaties in het kader van het onderzoek
naar de seksuele ontwikkeling en seksuele gezondheid.
|