Het bestuur | Drs.
P.Th. van Eeten |
TERUG
Peter van Eeten(1948, ’s-Hertogenbosch) vervulde
na de middelbare school zijn militaire dienstplicht in Suriname. Hij
studeerde daarna niet-westerse en westerse sociologie aan de
Universiteit Leiden en specialiseerde zich tijdens de
doctoraalstudie in methoden en technieken van
sociaal-wetenschappelijk onderzoek en in criminologie. Al tijdens
zijn studietijd was hij maatschappelijk actief, ondermeer op het
terrein van de homo-emancipatie.
Hij begon in 1977 zijn loopbaan bij het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid en gaf daar het overheidsbeleid op het terrein
van de volwasseneneducatie vorm. In 1981 stapte hij over naar het
ministerie van CRM (later: WVC, VWS), waar hij de taak kreeg om
beleid te ontwikkelen ten aanzien van psychotraumata, slachtoffers
van oorlog en geweld. Vervolgens werd hij verantwoordelijk voor het
beleid op het terrein van seksualiteit, met de opdracht het
AIDS-beleid en de problematiek van het seksueel geweld op de agenda
van de rijksoverheid te zetten. Vanaf toen kreeg Van Eeten de
speciale taak groepen en hulpvragen te identificeren die buiten het
blikveld van de algemene, reguliere zorg vielen en waarvoor geen
deskundige hulp beschikbaar was. In beleid en zorgverlening ontstond
geleidelijk (meer) aandacht voor vrouwenhulpverlening en voor de (gezondheids)problemen
van bijvoorbeeld allochtonen, transgenders, prostitué(e)s, voor
kindermishandeling en mensenhandel. Kernbegrippen in dit proces
zijn: goed contact met het veld, de deskundigen, en aandacht voor
onderzoek, ontwikkeling en implementatie in de algemene zorg.
De seksuele ontwikkeling van de mens fascineert Peter van Eeten al
zijn hele leven. Verbetering van de seksualiteitshulpverlening in
breed perspectief heeft dan ook zijn bijzondere interesse. Hier ligt
ook de link met zijn huidige werk voor het FWOS. Als
plaatsvervangend hoofd van de afdeling Maatschappelijke Opvang
leidde hij in de periode 1996-1997 een door VWS ingestelde werkgroep
‘Seksuologische hulpverlening’. Vertegenwoordigers van diverse
organisaties op het terrein van onderzoek, ontwikkeling en
uitvoering van seksuologische hulpverlening namen hieraan deel. In
het kader van het gewijzigde overheidsbeleid moest de hulp bij
seksuele problemen een geïntegreerd onderdeel worden van het
takenpakket van GGD-en, huisartsen, medisch specialisten,
(toenmalige) RIAGG-medewerkers etc. (Dit in tegenstelling tot de
gespecialiseerde bureaus van bijvoorbeeld de Rutgersstichting.) Maar
eerst moest de kwaliteit van de geboden hulp verbeterd worden en
moesten (financiering van) onderzoek, kennisoverdracht en
deskundigheidsbevordering op dit terrein meer nadruk krijgen. Er
kwam een Werkprogramma seksuologische hulpverlening 1996-2000, de
basis van het latere onderzoeks- en ontwikkelingprogramma
Seksualiteit van Zorg Onderzoek Nederland (nu ZonMw), Deze
organisatie was in 1998 door VWS in het leven geroepen om als
intermediair te fungeren tussen overheid en veldpartijen, met
subsidiegelden van VWS.
De rol van Van Eeten in dit hele proces, alsmede zijn eerdere
activiteiten vanuit het ministerie, waren aanleiding voor de
Nederlandse Vereniging voor Seksuologie hem de Van Emde Boas-Van
Ussel Prijs 1997 toe te kennen voor zijn verdiensten op het terrein
van de seksuologie in Nederland.
Eind 2000 beëindigde Van Eeten zijn loopbaan bij de rijksoverheid.
Hij gaf daarna leiding aan een aantal projecten, onder meer op het
vlak van het AIDS-beleid en de ontwikkeling van sociale instrumenten
in het milieubeleid. Meer recent zette hij zich in voor de
hulpverlening aan vluchtelingen, de kindertelefoon Zuid-Holland en
de totstandkoming van een woonvoorziening voor homoseksuele ouderen. |