NIEUWS | AGENDA | CONTACT | SITEMAP | ENGLISH SECTION

 
 
 
 
 

 
 
Projecten


Lopende projecten

Thema's binnen de lopende projecten:
  1. Seksuele ontwikkelingsprocessen bij kinderen en jeugdigen
>
  2.
Directe omgevingsinvloeden op de seksuele ontwikkeling >
  3. Sociaal-culturele contexten van de seksuele ontwikkeling
>
 

1. Seksuele ontwikkelingsprocessen bij kinderen en jeugdigen

"Tracing trajectories in the Sexual Development of Youth: an approach based on the theory of complex dynamic systems"
 

Financiering

Een bedrag van 250.000 euro

Projectleiding Prof. dr P. van Geert (Klinische en ontwikkelingspsychologie, RUG)

Uitvoering

Drs M. Boelhouwer (RUG); drs F. de Groot (extern promovendus GGD); W. Dalenberg, Msc (onderzoeksmedewerker RUG)

Looptijd

Maart 2009 tot februari 2013

Doelstelling

Er is een empirisch, theoretisch en klinisch doel. Het empirische doel is het in kaart brengen van de seksuele ontwikkeling in relatie tot de additionele aspecten van interactionele en emotionele ontwikkeling. Het theoretisch en methodologisch raamwerk is de theorie van de complexe dynamische systemen. Het theoretisch doel is om een model te construeren van ontluikende en zich ontwikkelende seksualiteit dat dynamisch is en opgezet vanuit het actorperspectief. Het klinische doel is de mogelijkheid exploreren van een e-counseling type van interventie dat jongeren behulpzaam kan zijn bij een gezond verloop van de seksuele ontwikkeling.

Toelichting

Dit project is het eerste dat is voortgekomen uit de samenwerking tussen FWOS en ZonMw. Het wordt uitgevoerd in het kader van het ZonMw-programma Seksuele gezondheid van de jeugd. De selectie van projectvoorstellen is volgens de gangbare ZonMw-procedures verlopen, waarbij een kwaliteitsgroep van experts met de selectie was belast. Het FWOS financiert en maakt daarbij gebruik van de bureaufaciliteiten van ZonMw. De subsidievoorwaarden zoals gehanteerd door ZonMw zijn van toepassing.
In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een time-serial design in de vorm van webdagboeken die worden ingevuld door (autochtone en allochtone) kinderen en jongeren gedurende bepaalde periodes; daarnaast wordt ter vergelijking een cross-sectionele studie uitgevoerd bij enkele duizenden jongeren om te controleren voor eventuele invloeden die het invullen van de dagboeken kan hebben op de ‘gewone’ seksuele ontwikkeling.

NAAR BOVEN

"Relationele en seksuele ontwikkeling van jongeren en jongvolwassenen met cerebrale parese"
 

Financiering

Een bedrag van 30.000 euro in cofinanciering met Rotterdams Kinderrevalidatie Fonds, Adriaanstichting en Johanna Kinderfonds

Projectleiding Mw dr M. Roebroeck en prof.dr H.J. Stam (Erasmus MC, promotor)

Uitvoering

Mw drs D. Wiegerink (Afdeling Revalidatie Erasmus MC)

Looptijd

November 2007 tot november 2010 bij een 0,4 aanstelling

Doelstelling

Meer inzicht krijgen in de ontwikkeling van intimiteit, seksualiteit en seksuele relaties bij jongeren met cerebrale parese en in factoren die daarbij van belang zijn.

Toelichting

Tot nu toe beschikbare gegevens wijzen uit dat jongeren met cerebrale parese in het aantal sociale en vriendschapsrelaties vergelijkbaar zijn met leeftijdgenoten, maar dat ze minder ervaring hebben met dating, romantische afspraakjes en met intieme en seksuele relaties. Eerste doel van het project is om inzicht te krijgen in problemen die CP-jongeren hebben in het aangaan en beleven van intieme en seksuele relaties; en in de wijze waarop de overgang van vriendschapsrelaties naar intieme en seksuele relaties verloopt. Ook de rol van seksuele zelfwaardering, vertrouwen op eigen kracht om dingen te bewerkstelligen en omgevingsfactoren als internet worden erbij betrokken. Het tweede doel is om voor deze thema's een praktisch informatieaanbod te ontwikkelen voor behandelaars in de revalidatie.

NAAR BOVEN

"Prolactine gerelateerde bijwerkingen van antipsychotica bij jongeren. Effecten op de bot-ombouw en de seksuele en puberteitsontwikkeling"
 

Financiering

27.500 euro als cofinanciering

Projectleiding Drs I.W. de Groot (Symfora Groep Amersfoort); prof. dr H. Buitelaar (promotor, Afd. Kinder- en jeugdpsychiatrie, RU Nijmegen)

Uitvoering

Mw Y. Roke, psychiater, Symfora Groep Amersfoort i.s.m. Afd. Kinder- en Jeugdpsychiatrie, RU Nijmegen; Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus MC en Meander MC

Looptijd

Najaar 2006 tot najaar 2009

Doelstelling

Onderzoek naar de mogelijke negatieve bijwerkingen van veel gebruikte antipsychotica bij jongeren met psychiatrische stoornissen. Het gaat met name om het toetsen van in de literatuur gevonden aanwijzingen dat bedoelde antipsychotica een stijging van de prolactine spiegels in het bloed veroorzaken hetgeen een remmend effect heeft op de geslachtshormoonspiegels, en daarmee op de lichamelijke en seksuele ontwikkeling, te weten de botontwikkeling, het intreden van de puberteit en van libido (zin in seks) en de mogelijkheid tot orgasme. Beoogd wordt 70 vroeg puberale jongens en meisjes gedurende enkele jaren (meerdere meetmomenten) te volgen om de veronderstelde negatieve effecten vast te stellen (of de hypothese te falsificeren).

Toelichting

De resultaten van het onderzoek kunnen consequenties hebben voor de klinische praktijk, en nader inzicht geven in de fysiologische kanten van de seksuele ontwikkeling.

NAAR BOVEN

"De psychoseksuele ontwikkeling van kinderen met een atypisch genderrolgedrag in de kindertijd"
 

Financiering

67.500 euro

Projectleiding Mw prof. dr P.T. Cohen-Kettenis, VUmc

Uitvoering

Drs Th. Steensma

Looptijd

Eind 2007 tot voorjaar 2009

Doelstelling

Inzicht krijgen in de processen/factoren die een rol spelen bij het al dan niet voortduren van de genderdysforie na de kindertijd (deelonderzoek 1).
Zicht krijgen op de psychoseksuele ontwikkeling van niet klinische kinderen die wel enig atypisch genderrolgedrag vertonen (deelonderzoek 2).

Toelichting

In deelonderzoek 1 gaat het om kinderen die door hun ouders werden aangemeld met genderdysforie en waarvan de ontwikkeling longitudinaal gevolgd is middels herhaalde metingen in de periode van 9 tot 16 jaar. De analyse van de longitudinale data sluit ten dele aan bij de analyse van een grootschalig onderzoek van Erasmus MC, waarin enkele vragen over het thema zijn opgenomen.De producten zullen bestaan uit twee artikelen, respectievelijk over de klinische en de epidemiologische gegevens.

NAAR BOVEN

2. Directe omgevingsinvloeden op de seksuele ontwikkeling

"Update onderzoek rond seksuele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen
 

Financiering

Een bedrag van 40.000 euro

Projectleiding Dr. C. Wijsen (RNG) en dr. J. Rademakers (NIVEL)

Uitvoering

Drs. H. de Graaf (RNG)

Looptijd

Februari tot september 2009

Doelstelling

Op basis van een uitgebreide literatuursearch een update geven van nieuwe wetenschappelijke inzichten over de seksuele ontwikkeling van kinderen en trends in onderzoek.

Toelichting

De search richt zich op de wetenschappelijke onderzoeksliteratuur na verschijnen van het rapport ‘Seks in de groei’ (De Graaf en Rademakers, 2003) en beslaat de periode 2001 tot 2009. Daarbij gaat het zowel om nieuwe theoretische ontwikkelingsmodellen die worden gehanteerd m.b.t. seksualiteit van kinderen, als om thema’s en trends in de wetenschappelijke literatuur over seksuele ontwikkeling en seksuele opvoeding van kinderen. Er wordt verder gekeken naar welke typen onderzoek de laatste jaren hebben plaatsgevonden en wat voor nieuwe inzichten die hebben opgeleverd. Ook invloedrijke factoren die van belang zijn voor de seksuele ontwikkeling zoals de media, peers e.d. krijgen aandacht. Op basis van deze update zullen aanbevelingen voor vervolgonderzoek worden geformuleerd.

NAAR BOVEN

3. Sociaal-culturele contexten van de seksuele ontwikkeling

"Vervolgstudie verschuivende leeftijdsgrenzen in de zedenwetgeving"
 

Financiering

Een bedrag van 80.000 euro

Uitvoering

Prof. dr M. Moerings (Strafrecht, criminologie en penologie, Universiteit Leiden)

Looptijd

Drs J. Gooren (UL)

Doelstelling

Dit onderzoek bouwt voort op het verkennend onderzoek van 2008 naar het strafrechtelijk discours rond ontuchtplegers. Waar tijdens de verkennende studie      vooral globaal is ingegaan op een aantal strafrechtelijke kwesties die samenhangen met de strafbaarstelling en de bestraffing van ontucht met jeugdigen, daar zal de      volgende fase vooral in het teken staan van een verdere verdieping en het nader onderbouwen of verwerpen van de al eerder geponeerde conclusies. In dit onderzoek wordt vooral de kant van de handhaving belicht, de opsporing en vervolging. Hier gaat het niet zozeer om de zelfontplooiing van de jeugdige, die bij de interviews met advocaten aan de orde kwam, maar de bescherming en hoe die door de betrokken professionals wordt geïnterpreteerd.

Toelichting

In vervolg op de pilotstudy (zie onder afgeronde projecten) ligt de nadruk in dit vervolgonderzoek meer op handhaving. Hoe wordt de opsporing en vervolging gestalte gegeven. Naast aandacht voor de formele regels dient er ook aandacht te zijn voor de meer impliciet gehanteerde regels. Betekenis en meerwaarde van dit onderzoek is gelegen in de fundamentele vraag in hoeverre de overheid grenzen mag en moet stellen (en strafrechtelijk mag ingrijpen) als het gaat om seksuele handelingen die zich in de relationele sfeer van adolescenten bevinden. De spanningsverhouding tussen ongewenste inmenging en effectieve bescherming wordt in dit onderzoek getoetst aan de achterliggende beginselen van de strafbaarstelling. 

 

"Seksualiteit onder de zestien: codes en praktijken in Nederland na 1945"
 

Financiering

Een bedrag van 169.000 euro

Projectleiding Prof dr A. Heerma van Voss (UU)

Uitvoering

Dr C. Wouters (UU)

Looptijd

Najaar 2004 tot najaar 2009; 0.37 aanstelling

Doelstelling

Inzicht krijgen in:
a. de veranderingen in de maatschappelijke codes inzake de lichamelijke nieuwsgierigheid en seksuele verlangens van kinderen en jongeren
b. de veranderingen in de codes voor de omgang tussen ouders en kinderen
c. de veranderingen in de codes voor de omgang tussen mannen en vrouwen
d. de verhouding tussen de codes en de feitelijke gedragingen van jongeren

Toelichting

Het thema van de na-oorlogse maatschappelijke veranderingen heeft niet alleen betrekking op seksueel gebied maar ook en vooral op opvoedkundig terrein: de verhouding ouders-kinderen, de verhouding tussen de meer en minder machtigen, en de algemene democratiseringstendensen als context voor de veranderde en veranderende seksuele opvoeding.

NAAR BOVEN

"Empirisch onderzoek naar de seksualiteit van jongeren op Aruba"
 

Financiering

Een bijdrage van 25.000 euro tot 2005; een aanvullende bijdrage van 12.000 euro in 2006 voor schrijven dissertatie

Promotor Prof. em. dr C. Hamelink (UvA)

Uitvoering

Drs W.R. Piternella te Aruba

Looptijd

2002 tot eind 2009

Doelstelling

Inzicht krijgen in de seksualiteit van jongeren binnen een traditionele allochtone cultuur, die inmiddels een belangrijke rol speelt in de Nederlandse samenleving.

Toelichting

Dit onderzoek vormt een onderdeel van een dissertatie over jeugdseksualiteit, waarin de Arubaanse gegevens worden vergeleken met gegevens van Curaçao en Nederland. De onderzoeker combineert zijn jarenlange praktijkervaring als gezinsconsulent op Curaçao en Aruba met de gegevens uit zijn empirisch onderzoek. Hij beschrijft ondermeer de moeilijkheden in de interactie tussen de seksen en in de communicatie tussen ouders en jongeren. Dit in het kader van de overgangssituatie van een traditionele naar een meer moderne cultuur. Vooral de (aanzet tot) theorievorming over seksualiteit en seksuele opvoeding in een overwegend traditionele samenleving, die uit dit onderzoek kan voortkomen, wordt door het Fonds van belang geacht. Dit onder andere om meer inzicht te krijgen in vergelijkbare opvoedingssituaties en opvoedingspraktijken in ons land.

 

 
 


· Lopende projecten
· Projecten in voorbereiding
· Afgeronde projecten
· Publicaties


> Download complete tekst

 


(C) FWOS  |  DISCLAIMER