Uitgangspunten
Het wetenschapsbeleid is
gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
• Seksualiteit komt voort uit een verlangen naar intensief
emotioneel en lichamelijk contact met iemand van de andere (of
eigen) sekse. De verkennende activiteiten van kinderen en jeugdigen
zijn noodzakelijke bouwstenen om tot dat positieve contact te kunnen
komen in adolescentie en volwassenheid. De ervaringen van kinderen
en jongeren in contacten met vriendjes en vriendinnetjes thuis en op
school vormen een emotionele en sociale leerschool. Ze leggen een
belangrijke basis voor latere intieme contacten en relaties.
TERUG
NAAR BEGIN
• Seksualiteit maakt deel uit van een bredere ontwikkeling. Wat in
die bredere ontwikkeling verkeerd gaat, kan van negatieve invloed
zijn op seksuele relaties in de volwassenheid. Omgekeerd is het
waarschijnlijk dat positieve seksuele ervaringen in kindertijd of
jeugd juist kunnen bijdragen aan een goede sociaal-emotionele
ontwikkeling, terwijl negatieve seksuele ervaringen deze kunnen
schaden.
TERUG
NAAR BEGIN
• Uit onderzoek kunnen positieve en negatieve invloeden op de
ontwikkeling naar voren komen, zowel op het beperkte terrein van de
lichamelijke verkenningen en contacten, als op bredere terreinen van
de ontwikkeling. Het is van belang dat wetenschappelijk onderzoekers
deze gegevens op een open en onbevooroordeelde manier kunnen
beschrijven en publiceren in Nederlandstalige en internationale
tijdschriften.
TERUG
NAAR BEGIN
• Onderzoek dient bruikbaar te zijn voor de praktijk van opvoeding
en onderwijs, voorlichting en begeleiding, wetgeving en bestuur. Dat
betekent dat onderzoekers voeling moeten hebben met die praktijk en
open moeten staan voor thema’s en problemen die vanuit het veld
worden aangedragen. Ook dient men vanaf de eerste opzet van het
onderzoek rekening te houden met de vertaling van de
onderzoeksresultaten naar de praktijk, zodat implementatie succesvol
kan verlopen.
TERUG
NAAR BEGIN
• Het wetenschappelijke karakter van het Fonds houdt in dat het van
groot belang is samen te werken met andere (onderzoeks)instellingen.
Om de financiële middelen zo doelmatig mogelijk te kunnen aanwenden,
geldt dat belang ook voor de samenwerking met andere fondsen die
affiniteit tonen met het onderzoeksgebied van het Fonds. Het
onderzoeksprogramma van het Fonds fungeert steeds als toetsingskader
voor samenwerking.
|